Sint-Bernardus. De tumultueuze meidagen 1940

In het archief van de Zusters van Liefde in Gent bevindt zich een Franstalig verslag over de meidagen 1940 in Sint-Bernardus Bertem. De auteur is niet vermeld. Hierna volgt een samenvatting. Voor een goed begrip van de tekst: het klooster beheert in 1940 een meisjesschool, een rusthuis voor betalende “dames”, een afdeling voor hulpbehoevende zieke en gehandicapte vrouwen, meestal geplaatst door Commissies van Openbare Onderstand, en een landbouwbedrijf.

Het klooster in 1947.

Het klooster in 1947.

10 mei 1940. De Duitsers vallen België binnen. Iedereen ontwaakt door het luchtafweergeschut. De scholen sluiten hun deuren. Verschillende onderwijzeressen vertrekken naar huis. Iemand komt nog dezelfde avond terug uit Limburg. Haar thuis is vernietigd. Zij moet ergens anders een toevlucht zoeken. Rond vier uur verschijnen de eerste Britse militairen, zwaar vermoeid. In de nacht hoort men het luchtbombardement op Leuven.

11 mei. De laatste inwonende dames vertrekken. Op de steenweg verschijnen de eerste vluchtelingen uit het oosten. Rond tien uur ontploft een bom op Bertem. Drie huizen zijn vernield, drie mensen gekwetst. De Britten eisen de school op voor de inrichting van een veldhospitaal. Vluchtelingen komen weldra in groepen aan. Zij krijgen de feestzaal en de bibliotheek ter beschikking. Men hoort het rumoer van de strijd. In de nacht slapen enkele zusters in de kelders.

12 mei, Pinksteren. De ganse dag stromen vluchtelingen toe, burgers en militairen. Zij krijgen allen te eten. Onder hen de vice-rector van de Leuvense Universiteit en andere geestelijken. Velen onder hen, huisvrienden, vragen en krijgen onderdak in de grote lege kamers. De nacht blijft relatief kalm.

13 mei. Vele priesters dragen de mis op in de kapel. De Leuvense redemptoristen komen aan na een vreselijke nacht in de stad. Niemand denkt vooralsnog aan het verlaten van het klooster. Er worden zelfs geen voorbereidingen getroffen.

Nacht van 13 op 14 mei. Vijfenveertig zusters uit Aarschot komen te voet aan. Hun klooster brandt. Ze verblijven in de twee grote spreekkamers. Rond vier uur vertrekken ze. In dezelfde nacht komen de Zusters van Liefde uit de Leuvense Sint-Pieterskliniek aan met een aantal gekwetsten. De Britten uit de school leggen loopgraven aan en een grote schuilplaats in de velden.

14 mei. Rond acht uur komt het bevel de zwaar zieken naar de gelijkvloer te brengen en alles klaar te maken voor het vertrek. Een uur later begint een krachtig artilleriebombardement. Velen vluchten naar de kelders. De moedigsten zetten de voorbereidingen voor de evacuatie verder. Alle geconsacreerde hosties worden genuttigd. Rond elf uur zwijgt het geschut. Iedereen wil weg. Helaas, auto’s zijn onvindbaar; telefoon en telegraaf uitgeschakeld. Enkele zusters stellen voor te voet langs binnenwegen naar Brussel te vertrekken. Gevaarlijk misschien, maar het Britse bevel is formeel: “evacueren”. In Brussel kan het Rode Kruis geen hulp bieden. Goddank stelt het Ministerie van Gezondheid twee kleine auto’s ter beschikking. In Bertem bereidt men verder de evacuatie voor. De oude knecht vertrekt met het oude paard gespannen in de oude kar, gevuld met oude zusters en zieken, naar Oudergem. Twee zusters vertrekken te voet met tien jonge “assistenten”. Kelders en gelijkvloer blijven gevuld met zieken. In de school huizen nog de Britse soldaten. Velen onder hen slapen nu ook in de kloosterkelders.

15 mei. De laatste zieken die het nog aankunnen, vertrekken te voet. De twee kleine auto’s rijden zonder ophouden tussen Bertem en Oudergem. Vlug, vlug, want ieder die in het dorp achterblijft, riskeert gefusilleerd te worden. Moederoverste verlaat als laatste Bertem.

16 mei. De ontvangst in Oudergem valt erg mee. De dappere chauffeurs halen met hun wagentjes de kerkornamenten op.

17 mei. Brussel “open stad” geeft zich over. De weg terug naar Bertem is vrij.

18 mei. De knechten vertrekken te voet naar Bertem. Een keerde terug met het bericht dat de gebouwen in Bertem “er nog staan”. De hoeve vertoont weinig schade. De dieren zijn nog in leven, maar moeten worden verzorgd.

Het klooster omvatte ook een landbouwbedrijf. Deze postkaart geeft een blik op de veestapel.

Het klooster omvatte ook een landbouwbedrijf. Deze postkaart geeft een blik op de veestapel.

19 mei. Zusters en meiden vertrekken naar Bertem en vinden een puinhoop. Duitsers komen de koeien melken en helpen bij de verzorging van de dieren.

24 mei. Iedereen is opnieuw in Bertem. Een bom op de mesthoop heeft heel wat schade aangericht: twee daken en twee muurpanden zijn vernield, ruim honderd ruiten gesneuveld; de bakkerij is volledig verwoest.

(Willy Brumagne, 1932-2013 – Erfgoedkamer)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s