Verkoop van een pachthoeve in Bertem in 1785

berthi

De toegangspoort tot het hof van Berthi, die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd vernield.

In het boek van Henri Vannoppen De geschiedenis van Bertem, het Teussersdorp bij de Romaanse kerk staat op bladzijde 14 een zin waarbij wat meer uitleg nodig blijkt: ‘Ook de Jezuïeten hadden een pachthof te Bertem, met Michiel Humblé als pachter in 1748. Dit pachthof werd openbaar verkocht in 1785 aan Hiëronymus Maes’. Welk pachthof?

De verzameling van de betreurde Marcel Michiels in Leefdaal bevat een exemplaar van de verkoopakte ‘voor een zeker pachthof bestaende in huys, schuer, stallen, hoff ende boomgaerd gelegen onder Bertem, regenoten de Baene van Loven op Leefdael [dit is de verdwenen Kerstraat waarvan de huidige Egenhovenstraat een overblijfsel is] het kerkhoff en de Straete naer de Voere [nu Groenendaal]’. Het geheel omvatte 31 tot 32 bunder land en was ‘vrij van tienden, maer belast aen de Camer van Uccle met eenen last van eenen Wilden Beer [een mannelijk zwijn], waer men betaelt sestien gulden s’jaers verschynenden den eerste october’. Pachters waren Hiëronimus Maes en zijn echtgenote Elisabeth Humblé. De pacht eindigde half maart 1785. Het leidt geen twijfel dat het ging om het pachthof van Berthi, dat nog altijd een landbouwbedrijf is (nu Groenendaal 13).

Op de eerste zitdag op 21 februari 1785 doken geen bieders op. Op 14 maart zette Hermanus Josephus De Bruyn, meesterbrouwer in Leuven, voorlopig in voor 25.200 gulden. Tijdens de definitieve verkoop op 31 maart bood een zekere Huygens tegen De Bruyn op. De eerste won. Boven de ingezette prijs van 25.200 gulden betaalde hij nog 2.714 gulden. Het bleek dat hij als stroman optrad voor pachter Maes en zijn echtgenote Elisabeth Humblé die de koop aanvaarden. Alexander Maes uit Leefdaal stelde zich borg voor de betaling. De transactie was een voorbeeld van de enorme verschuiving van onroerend bezit van de kerkelijke instellingen naar de burgerij, inclusief de belangrijke pachters, die plaatshad tijdens de regering van keizer Jozef II (1780-1790) en later tijdens de Franse overheersing (1795-1814).

Voor de geschiedenis van de Congregatie van de Zusters van Liefde van Jezus en Maria – zeg maar Sint-Bernardus – zijn vooral de namen Michiel en Elisabeth Humblé belangrijk. Helaas is een familiegeschiedenis moeilijker op te sporen dan het reilen en zeilen van een religieuze instelling. Toch een sprongetje in de tijd: Jan Baptist Humblé, textielhandelaar in Gent, schonk in 1818 aan de congregatie een terrein en gebouwen in Bertem en beloofde nog meer steun. Het geschonken terrein lag vlak ten zuiden van het pachthof van Berthi, waar zich nu nog de gebouwen van Sint-Bernardus bevinden. Jan Baptist en zijn zuster Elisabeth waren de kinderen van Michiel en zijn vrouw Clara Nijs.

De band van Jan Baptist Humblé met de kopers van 1785 is waarschijnlijk, maar niet absoluut bewezen. De oplossing van het probleem lijkt een kluif voor de Erfgoedkamer. Een aanzet vindt men in de boeken van Henri Vannoppen en in Fundamenten in seniorenzorg van Greet De Neef en Rik Uytterhoeven. Is het belangrijk? Zeker voor de geschiedenis van Bertem, waarvan de kerk, het hof van Berthi en later de Zusters van Liefde kernstukken uitmaken. Bovendien zal de geschiedenis van de eens zo machtige pachterfamilies van Bertem en Leefdaal duidelijker worden.

(Willy Brumagne, 1932-2013 – Erfgoedkamer)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s