Het wapenschild van Leefdaal

Leefdaal werd tijdens de twaalfde eeuw Levendale en Levedale genoemd. Het betekent vallei der rozelaren of meer waarschijnlijk vallei van de Levenbeek.[1] Meer fantastische etymologieën maken van Levendale de vallei van het leven of leiden deze naam af van de Levasken, een stam onderworpen aan de Nerviërs.

De legende heeft de oorsprong van het geslacht van de heren van Leefdaal verfraaid. Tijdens de elfde eeuw zou Olivier van Leefdaal, de zoon van graaf Hendrik van Leuven, Godfried, die door de koning van Bulgarije gevangen was in Armenië, verlost hebben.

Ulric van Leefdaal ondertekende in 1138 een gift van René van Jauche aan het klooster van Honnecourt.[2] Het domein waarvan hij de naam droeg, kwam vervolgens aan het huis van Hauterive toe door het huwelijk van de enige dochter van Hellin, heer van Leefdaal, met Roger, jongste zoon van Clérembaud de Hauterive.[3]

leefdaal-zegel-300x200

Zegel van Leefdaal aan een oude akte

Louis van Levedale werd amman van Brussel benoemd door hertog Hendrik I. Hij werd voogd van Leefdaal en bezat, behalve een groot deel van dit dorp en van Vossem, ook de heerlijkheid Impde in Wolvertem.

Hendrik van Levedale was burgemeester van Vilvoorde in 1239 en amman van Brussel in 1244. In 1312 werd Roger van Leefdaal heer van Perk en kastelein van Brussel. Arnoul III stierf zonder opvolger, en zijn goederen kwamen aan zijn bloedverwant Geraard, heer van Vosselaar. Guillaume, heer van Petershem en gehuwd met Elisabeth, dochter van Roger van Leefdaal, verkocht Leefdaal in 1381 aan Nikolaas Swaef.

Beatrijs van Petershem, dame van Leefdaal in 1448, huwde met Richard van Merode. Zij hadden vier zonen. De oudste, Jean, erfde het grootste deel van de goederen. Leefdaal bleef van zijn afstammelingen tot in de zeventiende eeuw. Maximiliaan van Merode-Deynze verkocht de baronie Leefdaal aan Filips Helman. Die schonk haar aan zijn dochter Anne-Françoise ter gelegenheid van haar huwelijk met Jan van Brouchoven, graaf van Bergeyck. In 1679 verbond koning Karel II aan de heerlijkheid van beide echtgenoten de titel van baronie.

Nikolaas van Brouchoven, graaf van Bergeyck, werd baron van Leefdaal in 1718. Hij stond deze heerlijkheid af aan zijn zoon, die alleen maar dochters naliet. Een van hen, Catharina-Françoise, verkreeg de baronie Leefdaal in 1773 en huwde met de graaf van Wonsheim. Haar zuster, Lucie, werd de echtgenote van graaf Geraard van Liedekerke, wiens nakomelingen het kasteel van Leefdaal kregen.

Page_09_from_a_copy_of_Wapenboek_Beyeren_(armorial)_from_ca._1600

‘Le Sieur de Leefdael’ in het Wapenboek Beyeren uit 1405, opgesteld door heraut Beyeren (voorheen Gelre)

De heren van Leefdaal richtten een schepenbank op, die in beroep ging in Leuven. Later, in 1491, werd ze onderworpen aan de magistraat van Vilvoorde. In 1275 en in 1303 droeg het zegel een vijfbladige versiering overdekt door een netwerk van gekruiste lijnen. Het oorspronkelijk wapen van de familie van Leefdaal droeg drie rozen. In 1275 zegelde Ludovicus miles et dominus de Levedale met een schild met drie rozen, met vrijkwartier over alles heen, getralied en voorzien van een zoom. De schepenen van dezelfde heer zegelden met een schild met een enkele roos.

Gelre gaf in 1405 aan de heer van Leefdaal een wapen van goud met twee rozen van keel, geknopt van lazuur, met vrijkwartier over alles heen van keel met zilveren adelaar, gebekt en gepoot van lazuur.[4]

De hertogen van Brabant bezaten in dit dorp een zeer uitgebreide rechtsmacht en vele cijnzen. In 1261-1262 oefende Rodolf van Spout in Leefdaal en in Vossem de functie van meier van de hertog en hertogin uit. Onder die titel vormde hij een tweede schepenbank waarvan het zegel versierd was met een klimmende leeuw en dat het opschrift  S. Scabinorum ducis de Levedale droeg.[5]

wapenschild-leefdaal1Het Koninklijk Besluit van 5 maart 1954 kende aan de gemeente Leefdaal het schild van goud toe met een vijfblad van keel, geknopt van lazuur. Hetzelfde schild dat in 1275 en 1344 de schepenzegels blazoeneerde en in 1393 het zegel van de schepenen van damoiseau Guillaume, heer van Petershem en Leefdaal en tijdens de zestiende eeuw dit van messire de Merode.

(Willy Brumagne, 1932-2013)

Noten
[1] Albert Carnoy, Origines des noms des communes de Belgique, y compris les noms des rivières et principaux hameaux, II, Leuven, 1949, 397.
[2] Jean le Carpentier, Histoire de Cambray et du Cambresis, IV (Preuves), Leiden, 1664, 82.
[3] baron de Reiffenberg, Monuments pour servir à l’histoire des provinces de Namur, de Hainaut et de Luxembourg, I, Brussel, 1844, 589.
[4] J.-Th. de Raadt, Sceaux armoriés des Pays-Bas et des pays avoisinants (Belgique – Royaume des Pays-Bas – Luxembourg – Allemagne – France). Recueil historique et héraldique, II, Brussel, 1899, 325-326.
[5] Alphonse Wauters, Histoire des environs de Bruxelles, III, Brussel, 1855, 449-450.

3 gedachtes over “Het wapenschild van Leefdaal

  1. Pingback: De wapenschilden van de gemeente | Erfgoedkamer

  2. Pingback: Een korte geschiedenis van Leefdaal | Erfgoedkamer

  3. Pingback: Een crypte in de kerk van Leefdaal. Begraafplaats van de families Helman en Jan van Brouchoven | Erfgoedkamer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s