Ons Leuven over Bertem, Korbeek-Dijle en Leefdaal

Tijdens de jaren 1920 werden verschillende lokale katholieke kranten opgericht. Zo bestond er Ons Tienen. Orgaan der katholieke partij van Tienen en omstreken en Ons Tervuren. Katholiek Vlaamsche weekblad voor Tervuren, Duisburg, Vossem, Everberg en omstreken. Toevallig konden we enkele nummers inkijken van nog een ander blad, Ons Leuven. Katholiek weekblad voor Leuven en omstreken. Deze krant verscheen voor het eerst in juli 1928, maar verwaterde al snel tot een politiek pamflet. Tijdens de eerste twee jaren van haar bestaan publiceerde ze allerhande artikeltjes over Bertem, Korbeek-Dijle en Leefdaal. We kozen er enkele uit.

krant.jpg

BERTHEM. – Vandalenstreek. – Vorige nacht, werd aan het bekend rijwielmakershuis E. Meeus, Alsemberg, alhier, de kostbare gummidarm, ter waarde van 400 fr., dienende op de naftavergaarbak voor auto’s, doorgesneden, waardoor een massa benzine verloren liep. Een streng onderzoek is ingesteld. (7 oktober 1928)

CORBEEK-DYLE. – Zooals door ons aangekondigd, werd Zondag het beeld van de H. Theresia van ’t Kindje Jezus, op luisterrijke wijze gewijd en ingehuldigd. Reeds van 1 ½ uur vormde zich een praalstoet in de Broekstraat, grensscheiding van Heverlee en Corbeek-Dyle. Vervolgens toog deze stoet, bestaande uit groepen, verkleede ruiters, padvinders, H. Hartbonden, Boerengilden, muziek- en andere maatschappijen, maagdekens en gekostumeerde groep, verbeeldende het lijden van O.L.H., enz., door het puik versierde dorp. Ook het groote beeld van de lieve heilige Theresia en een praalwagen, puik ingericht, waar de Heilige Theresia verbeeld werd door een lief, braaf meisje van de gemeente. De geestelijkheid sloot den stoet.

Overal had men om het meest geijverd en gewerkt om huizen en straten te versieren en te bevlaggen. Tientallen zegeboogen waren opgericht. Het volk was van alle kanten toegestroomd, daar het puik weder als weggeleid scheen voor dit feest.

Door Mgr Quinius Nols, Prelaat der abdij van Park (Heverlee), bijgestaan door eenige E.H. Kanunnikken derzelfde abdij, werd op een prachtig verhoog, de stoet in oogenschouw genomen. De Hoogw. Prelaat zegende het volk en inzonderheid de kleine kinderen. Z.H.W. volgde dan met mijter en staf, den stoet en ging vervolgens over, in de kerk, tot de wijding van het groote beeld van de H. Theresia. Lof volgde met sermoon, en de lieve kerk was stampvol. In een woord, het was meer dan een feestdag te Corbeek-Dyle – het was een Hoogdag – De brave bevolking haalt eer van de versiering. (21 oktober 1928)

krant

Reclame in het nummer van 22 juli 1928

LEEFDAEL.  – Wij maakten melding van de brutale aanranding op den eenzamen weg Berthem-Leefdael (gehucht Ste-Vroene) van het 16-jarig meisje B…, van Berthem, die ’s avonds alleen huiswaarts ging en benevens de kapel van Ste-Veronika, te Leefdael, op ’t onverwachts aangevallen werd door zekeren V…, van Leefdael, een slecht befaamde kerel. Daar de klacht niet onmiddellijk ingediend werd, kon het gerecht ook niet eerder ingrijpen. Gedurende het ingestelde onderzoek, waarbij tal van getuigen naar Leuven geroepen werden, bleken de feiten nogal bezwarend voor den dader, die dan ook ingerekend werd en gevankelijk te Leuven werd gevoerd Dinsdag morgen. Het is voor de bevolking aldaar als een ontlasting en die zaak wordt druk besproken. Het onderzoek duurt steeds voort. (21 oktober 1928)

LEEFDAEL. – Baankoers.  – Heden Zondag, 11 Oogst, zal alhier, door de club “De Snelle Wielrijders”, lokaal “Casino”, bij A. Van Esch, een baankoers voor alle onderbeginnelingen ingericht worden over een afstand van 50 km. goede wegen, 600 frank geldprijzen worden uitgeloofd. Inschrijvingen bij Van Esch, tot aan ’t vertrek der koers te 14 ½ uur. (T.) (11 augustus 1929)

(Timo Van Havere – Erfgoedkamer)

Advertenties

De ‘ontdekking’ van het Sint-Stefanusretabel (1847)

In de Messager de Gand van 4 november 1847 lazen we een artikel over het Sint-Stefanusretabel uit de Sint-Bartholomeuskerk van Korbeek-Dijle:

M. Mathieu, directeur de l’Académie des beaux-arts de Louvain, vient de découvrir dans l’église de Corbeek-Dyle un monument de la plus haute importance pour l’histoire de l’art belge. C’est un retable composé de six panneaux qui, en se fermant, couvrent différentes niches contenant des sculptures en bois doré. Les sujets des douze tableaux (car les panneaux sont peints des deux côtés), ainsi que ceux des sculptures, représentent la légende de Saint-Etienne.

Ces différentes peintures datent de la fin du quatorzième siècle. Elles sont peintes en détrempe, et le dessin en est d’une si merveilleuse beauté que, pour trouver des figures d’évêques, aussi belles que celles qui y sont représentées, il faudrait sans exagération aucune, remonter jusqu’à la Dispute du Saint Sacrement, de Raphaël. M. Mathieu a pris le calque de plusieurs groupes; il se propose de l’envoyer incessamment au gouvernement avec un rapport complet sur la valeur artistique et historique de cette inappréciable découverte.

Het Sint-Stefanusretabel is jonger dan Lambert Mathieu dacht. Het werd in 1522 vervaardigd. Aan de woorden van bewondering durven we wel niet te twijfelen! Gelukkig bleef het kunstwerk bewaard, toen in 1858 de oude kerk van Korbeek-Dijle afbrandde.

retabel.png Disputa_del_Sacramento_(Rafael).jpg
Het Sint-Stefanusretabel uit Korbeek-Dijle, naast het Dispuut over het Heilige Sacrament van Rafaël. Volgens Lambert Mathieu zijn de twee kunstwerken vergelijkbaar in schoonheid.

Een beschrijving van Korbeek-Dijle uit 1875

In februari 1875 schreef Adolf Everaerts een kort artikel over Korbeek-Dijle, dat werd gepubliceerd in het Vlaamsch museum voor letterkunde, oudheid, geschiedenis, kunsten en wetenschappen. Van dit tijdschrift verscheen maar een jaargang, die slechts in enkele bibliotheken wordt bewaard. Daarom nemen we het artikel van Everaerts hier graag integraal over. De inhoud ervan blijft na 140 jaar nog altijd waardevol, omdat het om een uitgebreide beschrijving gaat van de kerk die in 1858 afbrandde.

St. Bartholomeus tot Corbeek-Dijle. - Afgebrand in 1858.

St. Bartholomeus tot Corbeek-Dijle. – Afgebrand in 1858.

Corbeek-Dijle

Wanneer men langs de Tervuursche, eertijds de oude-Brusselsche poort, Loven uitgaat, ziet men, op 500 meters afstand, de prachtige kerk van het klooster van Terbank, opgericht in 1197, vernield in 1796, en geheel herbouwd in 1872; men slaat links af, volgt den steenweg door Eegenhoven, waar de kapel van de H. Renaldina, gebouwd in 1781, en het nieuw lusthuis der Paters Jesuiten staan, en, vruchtbare landen doorsnijdende, komt men aan Corbeek-Dijle, 7 kilometers van de stad gelegen. Indien men door door dezelfde wegen niet zoekt terug te komen, trekt men nevens de kerk af, en men bevindt zich in de groote vetweiden, welke het dal van de Dijle uitmaken, en u leiden tot aan het kasteel van den hertog van Arenberg; en eindelijk, langs de schoone dreef, tot aan de Naamsche-poort. De verschillende uitzichten, de ontelbare kudden vee, de aangename geur der bloemen en de koelte, door de Dijle veroorzaakt, maken, dat deze zomerwandeling eene der bevalligste van onze omstreken is.

Corbeek-Dijle, Corbeek-over-Dijle, Corbeka ultra-Dyliam, ontleend van korte en beek, (er bestaat inderdaad eene beek, die na eenen korten waterloop zich in de Dijle verliest), waar men het woord Dijle bijvoegt om het van Corbeek-Loo te onderscheiden, is een schoon dorp van eene uitgestrektheid van 412 hektaren en eene bevolking van 800 zielen, van vruchtbare landen omringd en tegen de noordewinden door eenige gebergten beschermd.

De heerlijkheid Corbeek behoorde, in 1308, aan Jan van Waver, en werd vervolgens overgedragen aan Van Calstre, aan Pinnoc, aan Keersmakeers; in 1510 aan van den Tympel; in 1562 aan Jan Miles; in 1567 aan Olivier van de Tympel, Kalvinisten stadsvoogd van Brussel, van 1579 tot 1586; in 1596 aan Maximiliaan Scheijfe; in 1644 aan Carolus Streignart, heer van Huldenberg; opgericht in Baronij den 17 Augusti 1661, ten voordeele van Henricus Donglebert; in 1687, met de heerlijkheden van Steenberge en Valbeek door het edel geslacht Jacobs van Brussel aangekocht; en eindelijk aan de Crabeels en Goubau door vermaagschappingen vereenigd.

De kerk, die ongetwijfeld van de XIIe eeuw dagteekende, was eene kostbare verbeelding van de Romaansche bouwkunst. Zij was zeer onregelmatig ingericht en bestond uit een koor, eenen middelbeuk, eenen rechterzijbeuk, en, links, eene kapel, die de H. Maagd toegewijd was, en waar zich de eenige venster van die zijde in bevond; de rechterzijde had maar zeer kleine vensters. De lage en vierkantige toren, was, zoo als de kerk, in plaatselijken witten steen gebouwd; de deur bevond zich niet in het midden van den voorgevel om aan eene zijde plaats te hebben voor de doopvont te zetten. Het koor, dat alleen gewelfd was, en het hoogaltaar bevonden zich onder den toren om hunne richting naar het oosten te hebben. Achter het hoogaltaar zag men, ter linkerzijde, de puinen van eenen Gotisch-steenen-toren, die eertijds een prachtig tabernakel vormde. De laatste herstelling had plaats in 1739.

De kerk, den H. Bartholomeüs toegewijd, was eene bijkerk van Berthem, en is, door besluit van 11 juli 1842, tot hulpkerk verheven. Haar bijgevoegde bescherm-heilige, de H. Stephanus, bezonderlijk aanroepen tegen de veeziekten, had, aan het hoofd van den zijdebeuk, een uitmuntend altaar met een kostelijk beeldhouwwerk (retable), gevormd uit vijf kapelletjes in den Gotischen smaak van de XIVe eeuw gesneden en de aanhouding, de veroordeling, de steeniging, den dood, en de begrafenis van den martelaer voorstellende. Het beeld, dat het bekroont, is niet zoo oud en draagt tot opschrift het jaar 1629.

De Fransche Republiek beroofde de kerk van drie zware klokken; ook in den nacht, tusschen den 15n en 16n Januari 1849, werden er bij inbraak, eene zilveren remonstrantie, twee kelken, eene ciborie, eene antieke relikwiekas van den H. Stephanus, eene hostiedoos, eene relikwiekas van den H. Elisius, gestolen, en de H. Hostiën door de kerk verstrooid. De dieven, die de kerk een verlies van een kunstrijk belang toebrachten, bleven onbekend, alhoewel de relikwiekassen in eene gracht, boven Diest, weergevonden werden.

In September 1858, wierd de kerk bij toeval afgebrand; het altaarblad (retable) werd gered, maar vele andere zaken werden vernield; onder andere, de aloude grafsteen van Van der Eyken, onlangs tegen den muur opgericht, en geheel verbrijzeld gevonden.

Geen afbeeldsel van deze kerk vindende, heb ik, met de goedwillige hulp van den heer Cassaer, gewezen onderwijzer te Corbeek-Dijle, heden tot Stein-Ockerzeel, dezelve door aandenken geteekend.

De nieuwe kerk is in 1860 gebouwd.

Adolf Everaerts.

Loven, Februari 1875.

Waarom er in Korbeek-Dijle geen oude Romaanse kerk staat

'S[ain]t Barthélemi à Corbeek-Dyle - Brulée en 1858. InCenDIVM eCCLesIa. Par Van Genip, Curé à Vieux-Heverlée.'

‘S[ain]t Barthélemi à Corbeek-Dyle – Brulée en 1858.
InCenDIVM eCCLesIae. Par Van Genip, Curé à Vieux-Heverlée.’

In de vierde nieuwsbrief van onze Erfgoedkamer (maart 2009) kon je een artikel lezen over de brandbestrijding in Bertem tijdens de negentiende eeuw. Ook Korbeek-Dijle kreeg in deze periode af te rekenen met brand. In de dorpskern stond tot die tijd de oude en erg vervallen Sint-Bartholomeüskerk. Zoals je op de bijgevoegde tekening van de hand van pastoor Van Genip van Oud-Heverlee kan zien, was ze gebouwd in primitieve romaanse stijl met een westertoren die dagtekende uit de negende of tiende eeuw. Een kerk van het maasromaanse type te vergelijken met de nog bestaande Sint-Veronakapel in Leefdaal en de Sint-Pietersbandenkerk in Bertem.

Op 27 september 1858 zagen de dorpsbewoners rook komen uit de kerk. De brand dreigde gedurende uren gans het bewoonde centrum van het dorp te verteren. Korbeek-Dijle bezat zelf geen bluspomp en er verliep een hele tijd vooraleer de pompen van Leuven en Bertem op de plaats van de ramp konden worden gebracht. Uiteindelijk kreeg men dankzij het heldhaftige optreden van enkele burgers, waaronder burgemeester Remy Prosper Honnorez en de pastoor van Bertem C. Stevens het vuur in de kerk onder controle en kon men de aanpalende huizen redden.

Van de aloude kerk bleven alleen de vier muren over en de onderbouw van de toren. De toren zelf was ingestort en de klokken waren gesmolten door de hitte. Van de kerkinboedel kon slechts weinig worden gered. De pastoor en de koster van Korbeek-Dijle waren afwezig op het moment dat de vreselijke brand om zich heen greep. Het duurde dan ook enige tijd alvorens men de sleutel van de kerk kon vinden en men in het inwendige door kon dringen. Het mag een wonder heetten dat het zestiende-eeuws retabel van Sint-Stefanus op dat moment in een atelier te Leuven ondergebracht was ter restauratie en zo aan de brand kon ontkomen. Kerk en meubilair waren nog maar sinds anderhalf jaar verzekerd voor 37 000 Bfr.

De oorzaak van de brand is nooit volledig achterhaald. Heel wat wilde geruchten deden de ronde. Zo werd verteld dat de vader van een meisje de kerk opzettelijk in brand zou gestoken hebben om te verhinderen dat zij er korte tijd later in het huwelijk zou treden met een door de vader ongewenste schoonzoon. In de kranten werd het vermoeden bericht dat ’s morgens, na de mis van 8 uur, een misdienaar ofwel de kaarsen slecht heeft gedoofd ofwel een vonk heeft laten vallen op het altaarkleed.

De afgebrande kerk van Korbeek-Dijle werd in 1860 vervangen door een nieuwe Sint-Bartholomeüskerk. De plannen waren van de hand van architect Alexander Van Arenbergh (Leuven, 1799 – 1877) op dat moment provinciaal architect voor het arrondissement Leuven. Het werd een sierlijke kerk, maar zonder een rijke versiering, in een neoromaanse bouwstijl.

Bibliografie

  • Sophie Dargent, Wandeling langs merkwaardige gebouwen in Korbeek-Dijle, eindwerk Toeristische Gids Regio Dijleland, 2006.
  • Cyriel Letellier, Een geschiedenis van Korbeek-Dijle, 2008.

(Sophie Dargent – Erfgoedkamer)

Een korte geschiedenis van Korbeek-Dijle

Een uitnodiging voor een vergadering van 'Velo-Club Verbroedering' uit Korbeek-Dijle.

Een uitnodiging voor een vergadering van ‘Velo-Club Verbroedering’ uit Korbeek-Dijle.

Korbeek-Dijle stond in 1210 bekend als ‘Corbais’. Deze naam zou komen van het Germaanse ‘kurta’ (kort) en ‘baki’ (beek), oftewel ‘korte beek’. De toevoeging ‘-Dijle’ verwijst natuurlijk naar de ligging langs de Dijle.

Tijdens de middeleeuwen behoorde het huidige grondgebied Korbeek toe aan twee verschillende heerlijkheden. Pas in 1628 werden deze twee verenigd. Het geheel werd in 1661 verheven tot baronie, toegewezen aan de familie van Dongelberg. Korbeek werd op het einde van de zeventiende eeuw weer een heerlijkheid, en dit voor de rest van het Ancien Régime.

Bibliografie

De wapenschilden van de gemeente

Bertem wapenschild Bertem

  • Toegekend bij een Besluit van de Regent van 31 oktober 1946.
  • Een wapen van goud met schuinkruis van keel, afgeleid van het wapen van de heren van Heverlee.
  • Teruggevonden als schepenzegel in 1416 en 1422.

Korbeek-Dijlewapenschild Korbeek-Dijle

  • Toegekend bij Koninklijk Besluit van 9 juli 1861.
  • Een wapen van zilver met uitgeschulpt schuinkruis van keel, vergezeld van twaalf blokjes, afgeleid van het wapen van de famile van Korbeek (met twaalf kruisjes in plaats van blokjes).

Leefdaalwapenschild Leefdaal

  • Toegekend bij Koninklijk Besluit van 5 maart 1954.
  • Een wapen van goud met een vijfblad van keel, geknopt van lazuur.
  • Teruggevonden als schepenzegel in 1275 en 1344.

(Uit Max Servais, Wapenboek van de Provinciën en Gemeenten van België, pp. 868-869, 875 en 977-978)

Fusiegemeente Bertem
Na de fusie werd geprobeerd de drie wapenschilden te verzoenen tot een ontwerp. Er werd gekozen de volgende elementen te combineren:
afgekeurd wapenschild

  • Zilver: Korbeek-Dijle
  • Schuinkruis van keel: Bertem en Korbeek-Dijle
  • Uitgeschupt schuinkruis: Korbeek-Dijle
  • Vijfblad in keel: Leefdaal

Op de zitting van de gemeenteraad van 17 mei 1988 werd echter een ander ontwerp aangenomen, omdat deze combinatie beschouwd werd als een verminking van de afzonderlijke wapens. In dit nieuwe wapen werd geopteerd voor vier kwartieren. Het eerste kwartier verwijst naar Bertem, het tweede en derde naar de schilden van de families Crabeels en Jacobs, de laatste bezitter van de heerlijkheid Korbeek-Dijle, en het vierde naar Leefdaal. Dit betekent:

  • Het eerste kwartier: goud met schuinkruis van keel
  • Het tweede kwartier: lazuur met keper van goud vergezeld van drie peren van hetzelfde
  • Het derde kwartier: lazuur met drie schelpen van goud
  • Het vierde kwartier: goud met een vijfblad van keel geknopt van lazuur

En dit alles gevat in een accoladeschild.

Het Ministerieel Besluit van 8 november 1989 kende dit wapen toe aan de gemeente.