Het muurtabernakel in de Sint-Veronakapel

"De Ste Veronika Kapel"

“De Ste Veronika Kapel”

In vrijwel alle kerken is het tabernakel in de nasleep van het Concilie van Trente (1545-1563) op het hoofdaltaar komen te staan. Het altaartabernakel ontstond, omdat in Trente bepaald werd dat het Heilig Sacrament in een kastje op het altaar moest worden bewaard. In de Sint-Veronakapel staat op het altaar in travertinmarmer uit 1952 een altaartabernakel, beide ontworpen door Michiel Viérin. Uniek is dat in de Sint-Veronakapel nog een ouder laatgotisch muurtabernakel bewaard is gebleven, dat dateert van de periode 1491-1510. Het bleef wellicht in gebruik tegen het Tridijns besluit in, zoals op veel plaatsen in Duitsland, waar muurretabels nog eeuwenlang in gebruik bleven. In elk geval heeft gelukkig niemand het idee gekregen om het te verwijderen.

Al van bij het ontstaan van de Kerk werd brood dat geconsacreerd was tijdens de eucharistieviering, bewaard, o.m. om het te kunnen uitreiken aan zieken en stervenden. Omdat volgens de leer van de Kerk Christus aanwezig was in het geconsacreerde brood, werd de hostie bewaard in kostbare doosjes, aanvankelijk door de gelovigen of de priesters thuis en vanaf de 6e eeuw in de kerk. Sinds de 9e eeuw gebeurde dit bij voorkeur op het altaar in een ronde of veelzijdige metalen bus, de pyxis. Het vierde Lateraans Concilie van 1215 kondigde dan het dogma van de transsubstantiatie af: het brood en de wijn veranderden tijdens de consecratie wezenlijk in het lichaam en bloed van Christus. De hostie of het Heilig Sacrament werd daarom een voorwerp van verering en sommigen meenden dat het een wonderbare kracht bezat. Door de toenemende verering van het Heilig Sacrament, o.a. door de instelling van het Sacramentsfeest in 1264, werd de pyxis met een voetstuk vergroot tot een ciborie en/of monstrans. Bescherming tegen heiligschennis en diefstal drong zich op, ook van het kostbare vaatwerk waarin de hosties werden bewaard. Een nis in de muur die kon worden afgesloten met een slot, werd beschouwd als een veilige bewaarplaats. De gebruikelijke maar niet exclusieve plaats voor zo een muurnis was de noordelijke wand van het koor. Het is op die plaats dat het muurtabernakel in de Sint-Veronakapel zich bevindt.

Muurtabernakel Sint-Veronakapel, ca. 1500. Natuursteen, sporen van poly-chromie, overschilderd.

Muurtabernakel Sint-Veronakapel, ca. 1500.
Natuursteen, sporen van polychromie, overschilderd. (foto: Bert Bertels)

Het centrale vlak in het muurtabernakel is een rechthoekig houten deurtje met grendel en slot, waarachter het Heilig Sacrament werd bewaard. Een speciale verering van het Heilig Sacrament is er in de Sint-Veronakapel wellicht niet geweest, anders zou het deurtje zeker voorzien zijn geweest van een soort traliewerk waarlangs de gelovigen een bescheiden blik zouden hebben kunnen werpen op het Heilig Sacrament ter aanbidding. Waar er wel expliciete verering was, stond het tabernakel meestal op een voor de gelovigen meer bereikbare plaats, nl. in of tegen de oostelijke muur van de noordelijke kruis- of zijbeuk aan de kant van het koor. Toch drukt het muurretabel van de Sint-Veronakapel op zichzelf een zekere vorm van verering uit door het architecturaal en sculpturaal ornament.

De houten deur van het muurretabel is immers gevat in een natuurstenen reliëf dat opgebouwd is als een gotische siergevel, een soort kerkportaal. De deurstijl loopt uit in een kielboog met decoratieve tracering (maaswerk). De boog zelf is voorzien van versierende bladmotieven (hogels) en de boogspits eindigt in een kruisbloem (een stam die uitloopt in vier knoppen) afgedekt met een sierbol (pumeel). Achter deze kruisbloem bevindt zich over de volledige deurbreedte een bogenveld met links en rechts van de kruisbloem twee spitsbogen met tracering. Het centrale deel wordt bovenaan begrensd door een horizontaal profiel versierd met twee symmetrische bloemenranken met elk drie bloemen. Onder het deurtje bevindt zich een dorpelsteen die rust op een dwarsprofiel met bladrankmotief. Links en rechts ervan torsen twee engelfiguurtjes het geheel, dat gevat lijkt te zijn tussen twee zuilen, op hun schouders. Ze tonen elk een plakkaat waarop oorspronkelijk allicht tekst was aangebracht die uitnodigde tot eerbied en gebed. Ze dragen biddend het schrijn. De zuilen zijn vierkantig en staan op twee sokkels. Ze zien er eigenlijk eerder uit als een sokkel voor een renaissancesculptuur. Toch worden deze voetstukken elk bekroond met een gotische sculptuur onder een baldakijn versierd met hogels en kruisbloem. Boven deze baldakijnen zijn de randprofielen, die het bovenste dwarsprofiel dragen, uitgewerkt als pinakels – ook met hogels en kruisbloem – van een gotisch gebouw.

Kunnen de twee gotische sculpturen worden geïdentificeerd? De linker figuur is zonder twijfel een engel gezien zijn vleugels. Hij draagt een banderol of spreukband in zijn hand. De tekst is helaas niet meer leesbaar. De rechter sculptuur is een vrouwenfiguur. Een engel met een boodschap tegenover een vrouw: dit moet een voorstelling van de Annunciatie zijn. De engel Gabriel brengt Maria de boodschap dat ze de moeder van God zal worden. Het is geweten dat de menswording van Christus een geliefd thema was bij tabernakels, waarbij Gabriel en Maria zoals hier in de Sint-Veronakapel aan weerszijden van de nis werden afgebeeld, meestal gesculpteerd maar soms ook ernaast op de muur geschilderd. Zo wordt de incarnatie, de menswording van Christus als vrucht in de schoot van Maria, geplaatst naast de transsubstantiatie, de aanwezigheid van het lichaam van Christus in de geconsacreerde hostie.

Het muurtabernakel van de Sint-Veronakapel is nog altijd herkenbaar als een fraai laatgotisch ornament, maar het moet er ooit nog mooier hebben uitgezien. Op het gezicht van één van de twee engeltjes zijn er nog heel vage sporen van vergulding en bovenaan zijn ook nog sporen van de rode kleurvulling van de boogvelden te zien onder de grijze verflaag. Ooit was dit meesterwerkje gepolychromeerd. Wat is er nog (te) behouden van de oorspronkelijke polychromie daaronder? Op de linker sokkel bv. zijn de verflagen al weggehaald tot op de natuursteen. Een oordeelkundige restauratie dringt zich op, waarbij onderzocht wordt of de grijze verf kan verwijderd worden zonder de nog aanwezige polychromie mee te verwijderen.

(Jan Jansen – Erfgoedkamer)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s